De familie Kielden met van links naar rechts: Klaske "Pop", Ries, Truus, Freek, moeder Anna en vader Ab.

De heer Ries Kielden vertelt over zijn leven in de volksbuurt. Hij was 5 toen de oorlog uitbrak en zag op een zondagmorgen overal hakenkruizen gekalkt in de Kroonstraat. Later werkte hij bij de Hopmi fabriek.

Twaalf en half jaar getrouwd, fam. Emmelot. Oranjestraat 23. Boven van links naar rechts: Jo, Piet, Wim, Suuz en Truus. Onder van links naar rechts: Laura, Laurens, Anna en Annie. 1934

De heer Wim Emmelot groeide op in de Oranjestraat. Hij vertelt over het leven op straat, hoe gezellig het was. Over de handkarren met oud ijzer of appels en peren om uit te venten. Dan werd er geroepen ‘Appelie gebraai, appelie gebraai’ en dan waren de appels al lekker gebraden en die saus dat was heerlijk!

Verklede jongens tijdens bevrijdingsfeesten. V.l.n.r. Gerrit Gijssen, Hansje Morren, Barend Geesink.

De heer Hans Morren werd geboren op 7 mei 1931 in het Oranjehofje. Hij was jarig op de dag dat Utrecht werd bevrijd.
Op 7 mei 1945 kwamen de Canadezen Utrecht binnen. Hij stond op het Vredenburg en zag ze aankomen vanaf de Voorstraat. Een halve sigaret, weggegooid door een Canadees, haalde hij uit elkaar voor zijn vader zodat hij weer een sjekkie had.

De heer A. Staffhorst sr. met drie medewerkers voor de ingang van de limonadefabriek Lobel.
Ca. 1935-1939

 

De heer Alphons Staffhorst zag hoe de Canadezen Utrecht introkken. Plotseling verschenen overal vlaggen en iedereen was opgewekt. Hij is de muziek van de jongens in kilts die op zondag door de Viestraat liepen nooit vergeten. Dat was grote pret, want er was verder niks.

 

Alie en Marie Bontrop met hond Pluto achter Kroonstraat 28.

Mevrouw Marie van Dijk-Bontrop groeide op in een gezin met elf kinderen. Er waren vier stoelen, als er werd gegeten moesten de kleintjes staan aan tafel. Ze vertelt onder meer over de NSB-ers en de zwarte handel tijdens de oorlog. Zo ging ze met de trein naar Tilburg om elastiek te halen en bond vijf planken met 100 meter elastiek om haar lijf.

Riek Walters, Rietje Andriessen en Greet van Rooien.

Gezusters Walters (mevrouw Sjaan van Veenendaal-Walters en mevrouw Riek van Vliet-Walters) vertellen over de spelletjes die ze vroeger speelden; springen, ballen, ‘pik, olie of dik' tegen de muur.
Toen ze 14 jaar waren gingen ze werken in de batterijfabriek bij ’t Houtplein. Hier soldeerden ze bodems in de bus van batterijen en stonden bij de etiketteermachine.

In raamopening Wies Bronius, dochter van sponsenduiker Alie Bronius (met gewonde arm) uit de Achterstraat. Fotograaf Maarten van Bommel. Ca. 1947

Mevrouw Wies Bronius vertelt over de armoede waarin ze opgroeide en over het verlies van haar jonge zusje en broertje.
Ze trouwde in de Tweede Wereldoorlog en liep op bevel van twee Duitsers met de handen omhoog richting het stadhuis.  Het huwelijk werd thuis gevierd met een kop koffie en een koekje. Na hun huwelijk ging ze inwonen bij haar vader en moeder.

Jopie Mackaay, Anny Mooy, Careltje Arts en Nelly van Zutfen in de tuin van de kleuterschool aan de Groenesteeg.

De heer Joop Mackaay (Joop de Rooie) vertelt over zijn jeugd in de Oranjestraat en zijn ‘rooie’ vader die sigarenmaker was bij de NOVA.
Een jeugd met warme zomers, waarin je leerde zwemmen in de inhammetjes van het Amsterdam Rijnkanaal.  Op zijn dertiende ging hij op judo en raakte bevriend met Anton Geesink. Begin jaren 60 werd hij met zijn judoteam kampioen van Europa.

Marie van de Brink

Mevrouw Marie van de Brink heeft bijna haar hele leven in de Wijk C gewoond. Zij vertelt onder meer over haar opoe met de bijnaam Marie de Kippeloop, zij exploiteerde een poffertjeskraam waarmee ze naar de wereldtentoonstelling in Amerika is geweest.

Contact

Waterstraat 27 
3511 BW in Utrecht
030 - 231 82 92
[email protected]

Geopend:
dinsdag t/m zondag
van 11.00 - 17.00 uur

Gesloten:
op maandagen en officiële feestdagen

Meld je aan voor de nieuwsbrief