The Grand Domestic Revolution

“Modern Art meets the Volksbuurt”

- de achtergronden van de tentoonstelling in het NVBM -

Inspiratie voor de Casco-tentoonstelling vormde het boek “The Grand Domestic Revolution” van de Amerikaanse architecte Dolores Hayden uit 1982. In dit boek brengt ze de geschiedenis van het zgn. ‘material feminism’ in kaart, dat streefde naar het ‘feministisch ontwerpen van huizen, buurten en steden’. De relatie tussen het private huishouden en de publieke ruimte staat centraal. Het ‘material feminism’ ontstond aan het eind van de 19eeeuw in de VS, met als doel om vrouwen te bevrijden door verbetering van de materiële omstandigheden.

Twee jaar geleden richtte Casco aan de Bemuurde Weerd OZ 18b haar hoofdkwartier voor het project in. Kunstenaars, ontwerpers, theoretici, buren en activisten uit de stad en daarbuiten werden daar uitgenodigd om een ‘living research’ op gang te brengen. De huidige tentoonstelling vormt daar een weerslag van.

Kort geleden vroeg Casco om samenwerking met het NVBM om een deel van hun expositie in het Volksbuurtmuseum te mogen plaatsen. Daar stemden wij mee in, omdat de thematiek duidelijk raakvlakken heeft met hetgeen wij in het museum doen.

De tentoonstelling is opgebouwd rond vier thema’s:

  • RUIMTE: samenwonen en woongemeenschappen  (gesymboliseerd door een huisje op de ‘Map’)
  • PRIVÉ: strijd tussen gebruik en bezit (gesymboliseerd door een hoge hoed op de ‘Map’
  • HUISHOUDELIJK: onzichtbare arbeid en huishoudelijk werk (gesymboliseerd door een strijkijzer op de ‘Map’
  • RELATIES: sociale relaties binnen familie, buren versus netwerk (gesymboliseerd door een kruiwagen op de ‘Map’)

In het museum komen voornamelijk de laatste twee thema’s aan de orde.

Kunstwerken in het Volksbuurtmuseum

Alle stukken zijn aangeduid met een blauwe letter, die refereert aan de ‘Orientation Map’. Verder staat bij ieder stuk een blauwgeschilderd meubelstuk om de Casco-elementen te onderscheiden van de vaste VBM-opstelling.

  • steeg:

R.

In een kamertje rechts draait de 23 minuten durende film van de Franse filmmaakster Agnès Varda: RUE DAGUERRE. Dertig jaar eerder maakte zij de documentaire film ‘Daguerréotypes’ over de straat waar zij opgroeide. De geschiedenis van de straat wordt verteld en ze maakte een collage van de winkeliers van vroeger en nu, waarvan er nog slechts een paar van over zijn, zoals bijvoorbeeld de groenteman.

  • voorzaal:

G.

In de hoek bij de wasbok een deel van het werk GDR PAD PUZZLE, een 3D-puzzel uitgevoerd in kussens en een bijbehorende poster. In 2011 gemaakt door Andrea Francke uit Londen i.s.m. Katayoun Arian. Het is het resultaat van een interview met mensen van SOP, een ouderparticipatiecrèche in Utrecht en het nodigt kinderen uit tot het maken van een ‘gigantisch stuk speelgoed’ (dat mag dus ook!). Het grootste deel staat van dit object staat boven.

  • achterzaal:

A.

Een tafel met een lamp daarboven en erop twee kookboeken en een A4-tje. Op de andere locaties staat een soortgelijke tafel. Samen vormen ze het stuk: ASSEMBLY (THE GRAND DOMESTIC REVOLUTION), 1992- . Van het Belgische ‘Agency’, in 1992 opgericht door de Brusselse kunstenaar Kobe Mattys. Het kunstwerk nodigt uit tot het nadenken over gewone huishoudelijke dingen in termen van eigendom(srecht) en dit deel heet THING CAKE RECEPY.

T.

Aan de wand een serie prints en een video van de Tsjechische kunstenares Kateřina Šedá: THERE’S NOTHING THERE uit 2003. Zij kreeg de inwoners van haar woonplaats, het dorpje Ponĕtovice zo ver om op een zaterdag al hun activiteiten tegelijkertijd uit te voeren. Het werk laat zien wat je gemeenschappelijk kan bereiken als je je buren beter leert kennen.

M.

Bij de doorgang naar de zijzaal hangen vier ingelijste prints vormend: MANIFESTO FOR MAINTENANCE ART 1969! geschreven door Mierle Laderman Ukeles, een Amerikaanse. Zij poogt in dit manifest de relatie tussen kunst, leven en cultuur te vatten, daarbij stelt zij dat ‘maintenance’ – (levens)onderhoud – de belangrijkste waarde is in verhouding tot de industriële en financiële ontwikkelingen.

paviljoen 18b

Gesitueerd in een aangebouwde serre bij de achterzaal. In dit paviljoen zijn verschillende kunstwerken verzameld, die rechtstreeks te maken hebben met het verblijf van kunstenaars en anderen op de Bemuurde Weerd OZ 18b, het zgn. GDR-appartement. Een overzichtje:

B.

Twee fotografische schetsen: BEMUURDE WEERD 18Boz LADDER, 2011, van Graziela Kunsch & Vincent Wittenburg (Eindhoven). De relatie tussen de bewoners van het appartement en de buren was niet altijd even goed. De schetsen van de twee kunstenaars zijn een poging om de kloof tussen GDR-appartementbewoners en de buren te overbruggen.

C.

Een video en een oud fietswiel met ketting aan een balk is de inbreng van Sepake Angiama (curator van de expositie) met architect Sam Causer en Doris Denekamp, onder de titel CENTRE FOR COÖPERATIVE LIVING uit 2010. Angiama organiseerde een ‘Ontmoet de buren-dag’. Uit de gesprekken bleek dat een goede plek voor ontmoeting zou zijn een gemeenschappelijke moestuin binnen een groot woningcomplex. Op het GDR-balkon verscheen een tuintje dat volgens een idee van Causer via een transportsysteem langs buren zou worden getransporteerd, zodat een ieder het tuintje zou kunnen onderhouden. De techniek faalde echter…

C.

COTTAGE INDUSTRY (MAKING ACCOMODATIONS), 2010-11 is de inbreng van Travis Mei-nolf. In februari 2010 organiseerde hij verschillende weefcursussen in het appartement en bouwde hij het zogenaamde ‘actie-weefgetouw’. Hij laat het publiek opnieuw nadenken over het huis als productie-eenheid binnen de hedendaagse economie; een aanzet tot een alternatieve economische orde?

F.

FOR POTATOES WE’VE GOT POTATOES, 2010. Samenwerking met het Nederlandse kunstinstituut ArtEZ leidde tot verschillende werken, zoals het boekje van Jort van der Laan voor de bibliotheek van het GDR-appartement. Het boekje bevat bewerkte teksten van de schrijver Maarten Biesheuvel uit het boekje ‘Een lief, verlegen vrouwtje’. Volgens de kunstenaar is de essentie van het lezen van zijn boekje dat:

Binnen de Nederlandse context de aardappel aan twee dingen refereert:

aan armoede: aardappelen als dé voeding voor de werkende klasse, en

aan huishoudelijk werk: het schillen der aardappelen.

M.

MEAL MACHINE, 2010-2011, van Doris Denekamp en Arend Groosman (Rotterdam). Een hitech plantenkasje, ontworpen voor automatische verzorging, optimale plantengroei en zo min mogelijk verspilling.

S.

SPEAKING TRUMPETS, 2011 van de New Yorkse kunstenaars Valerie Tevere en Angel Nevarez. Deze ‘trompetten’ zijn lo-tech en lo-fi en dienden als intermediair tussen straatgeluid en geluiden uit het GDR-appartement.

T.

TWO PART DOORS, 2010, van de Berlijnse kunstenares Mirjam Thomann. Dit was haar voorstel en uitwerking om de ruimte van het GDR-appartement ‘meer dynamisch’ te maken.

  • zijzaal:

N.

NON-INDÉPLIABLE, AZURÉ van de in Berlijn wonende Koreaanse kunstenaar Haegue Yang, 2009. Het ontregelende kunstwerk zet aan tot nadenken over huishoudelijk werk als kunst en vice versa.

C.

CHARMING FOR THE REVOLUTION, 2009, een elf minuten durende film van Pauline Boudry en Renate Lorenz. Gedurende het reciteren van het manifest van een huisvrouw, gebeuren er vreemde dingen in de film, die tot nadenken stemmen.

  • overloop:

I.

IRON DRAWINGS van de Tsjechische Kateřina Šedá, 1999. Een ‘huishoudelijke brandactie’ (een heet strijkijzer op een beddenlaken) leidt tot kunst…

  • rond en in de lift:

E.

THE EXTENDESD FAMILY, 2011, een project voor Casco, uitgevoerd door studenten van de HKU, het bevat video, audio, foto's en een plattegrond van Wijk C op de vloer van de lift. Van sept. tot nov. 2011 deden studenten van de Hogeschool voor de Kunsten veldwerk in Wijk C, speciaal onderzochten zij de ontwikkeling van het studentenleven in de wijk. Dit project vormt de weerslag van dit veldwerk.

  • Beelaerts van Bloklandzaal:

W.

WOMEN & WORK: A DOCUMENT ON THE DIVISION OF LABOUR IN INDUSTRY, 1975, door Margaret Henderson, Kay Hunt en Mary Kelly. Zij deden een sociologisch onderzoek in een blikfabriek in Bermondsey (Groot-Londen); het feministisch document vormt een weerslag van die studie.

I.

I WILL NOT ASK ANYTHING ABOUT YOU, YOU WILL NOT ASK ANYTHING ABOUT ME, 2011, een ca. 10 minuten durend gefilmd schaduwspel; een samenwerking van Domestic Workers Netherlands (onderdeel van FNV-bondgenoten) met de kunstenaar Matthijs de Bruijne (Amsterdam). De film gaat over het ‘onzichtbare’ werk, vaak gedaan door mensen van ver buiten de EU.